Schoonmaakbelevingsonderzoek werkplekken: Nederland vervuilt steeds meer

Meer dan de helft van de werknemers vindt dat Nederland er smeriger op wordt. Dat blijkt uit het schoonmaakbelevingsonderzoek dat onderzoeksbureau Ipsos in opdracht van een aantal schoonmaakbedrijven uitvoerde onder 500 medewerkers uit het Nederlandse bedrijfsleven.

Met name bij de overheid ervaart men bezuinigingen. Bijna de helft van de ambtenaren vindt hun werkplek smeriger worden. De meeste medewerkers zijn van mening dat schoonmakers te weinig tijd krijgen om hun werk naar behoren uit te voeren. Dat is opvallend, na de recente uitingen van schoonmakers over gebrek aan tijd en waardering om hun werk goed te kunnen doen.

Schoonmaak

Dag- boven avondschoonmaak
Het onderzoek door onafhankelijk marktonderzoeksbureau Ipsos toont ook grote verschillen tussen schoonmaak overdag en ’s avonds. De tevredenheid stijgt als mensen de schoonmaker aan het werk zien. Alhoewel dagschoonmaak steeds meer in de belangstelling staat, zijn vier op de tien medewerkers van bedrijven met avondschoonmaak nog steeds tegen schoonmaak tijdens kantooruren. Zodra dagschoonmaak eenmaal is ingevoerd, blijkt dit opvallend snel vergeten. Bij die bedrijven opteert slechts één op de tien nog voor schoonmaak buiten het gezichtsveld.

Betalen voor toilet
Vies sanitair is nog altijd de grootste ergernis. Lang niet iedereen durft op zijn werk op het toilet te gaan zitten. Maar liefst een op de drie werknemers is bereid 1 euro per maand te betalen voor een schoon toilet. Barry de Wit, algemeen directeur Barristafacilitairbedrijf BV: “Het is goed om te zien dat de Nederlandse werknemer zo hecht aan een schone werkomgeving, dat hij zelfs bereid is daarin te investeren. Wel is het opmerkelijk dat nog steeds maar een derde van de bedrijven schoonmaakt overdag, terwijl de werknemer de werkplek schoner vindt en nauwelijks iemand nog bezwaren heeft tegen de nieuwe collega op de werkvloer.”

Groeiende populariteit
Onbekend maakt onbemind ondervindt ook Barristafacilitairbedrijf BV  (dag)schoonmaakbedrijf). Daar werken schoonmakers in het zicht, bepaalt de kantoormedewerker mede de schoonmaak en wordt geen winst in rekening gebracht wanneer de werkplek niet schoon is. De meeste weerstand ervaart Barristafacilitairbedrijf bij organisaties met gebrek aan ervaring met dagschoonmaak. Meer gehoor vinden zij bij duurzame organisaties als Coca Cola, Achmea en MVO Nederland. Zij stapten binnen enkele maanden na de lancering over naar de nieuwe aanpak. Wanneer de groeiende populariteit voor dagschoonmaak doorslaat naar de meerderheid, verwacht Barristaschoonmaakbedrijf een eind te kunnen maken aan verdere vervuiling en de kans op nieuwe opstand onder schoonmakers door gebrek aan waardering tegen te gaan.

Grootste ergernissen
De top 3: (1) vies sanitair of toilet (66%); (2) een prullenbak die niet of nauwelijks wordt geleegd (33%) en (3) een vies bureau, tafel en stoel (29%)

Het belevingsonderzoek is door Ipsos uitgevoerd onder werknemers in Nederland tussen 18 en 65 jaar. Er zijn online 1247 vragenlijsten verstuurd, waarbij een uiteindelijke responspercentage van 40% met 500 ingevulde vragenlijsten tot de onderzoeksresultaten hebben geleid. Het onderzoek heeft plaatsgevonden van 13 tot 18 december 2012. De resultaten zijn gewogen naar branche, aantal werknemers in de organisatie, leeftijd, geslacht en opleiding.

Rechtspraak

Een werkgever mag een zieke werknemer nooit zomaar ontslaan. Ook niet als hij of zij tijdens zijn of haar ziekteperiode ergens anders bijklust. Volgens de rechter staat een zieke werknemer in zijn recht zolang hij zich houdt aan de afspraken met de bedrijfsarts, zo bleek onlangs uit een rechtszaak.

De werknemer in deze zaak melde zich ziek wegens nekklachten. Na een bezoek aan de bedrijfsarts bleek dat hij voor twee tot drie uur per week weer aan de slag kon. De werknemer volgde het advies op en werkte elke dag tweeënhalf uur. De werkgever kreeg echter via een anonieme tip te horen, dat de werknemer naast die tweeënhalf uur ook voor een schoonmaakbedrijf werkte. De werkgever liet dit controleren door de bedrijfsrecherche en die bevestigde het. Daarmee vond de werkgever dat het vertrouwen was geschonden en ontsloeg de werknemer op staande voet.

Oordeel rechter
De kantonrechter in Breda oordeelde dat de werknemer zich aan de voorschriften van de bedrijfsarts had gehouden. Hij hoefde niet zelf in te schatten hoe lang hij zijn werk volhield: dat was een klus voor de bedrijfsarts of UWV. De werkgever had met de werknemer in gesprek moeten gaan over zijn bevindingen en op basis hiervan hadden werkgever en werknemer weer naar de bedrijfsarts kunnen stappen om de belastbaarheid opnieuw te beoordelen. Had de werkgever het idee dat de werknemer meeér had kunnen werken, dan had hij een second opinion moeten aanvragen.

Wel vond de kantonrechter dat de werknemer met de werkgever en bedrijfsarts had moeten praten over zijn werkzaamheden in het schoonmaakbedrijf. Toch vond de rechter dat onvoldoende reden voor ontslag op staande voet. De werkgever moest het achterstallige loon betalen en de werknemer weer aan het werk laten gaan.